
De lente is er nu officieel. Ik vind het wel grappig dat wij mensen de ‘lente’ willen afbakenen: nu is het er. Soms zijn er rituelen om ons te helpen met verandering om te gaan. De natuur doet daar volgens mij niet zo veel mee. Dat het nu officieel lente is. De bladeren exploderen uit de takken, ieder soort in zijn eigen tempo. Het komt zoals het komt.
Zelf vind ik de lente de mooiste tijd van het jaar. Misschien omdat het dan zo helder is dat het nieuwe in de lente niet kan ontstaan zonder de herfst — het loslaten — en de winter, waarin alles stilletjes weer “ondergronds” op kracht komt. Zodat het in de lente weer naar buiten kan groeien en in de zomer in volle levendigheid kan staan.
Die verbondenheid — dat het ene er niet is zonder het andere — zit ook in ons. Wij zijn natuur. Als mens ben ik niet alleen mijn lichaam, los van mijn denken, maar ik ben ook niet alleen mijn denken. Ik vraag me soms af in hoeverre mijn gedachten door mij worden gestuurd, of dat ze ergens vandaan komen. De omgeving heeft daar natuurlijk invloed op: wat ik hoor en zie bijvoorbeeld. Hoe ik daarover denk, wordt weer beïnvloed door mijn eerdere ervaringen. En hoe ik daarop reageer, hoe ik naar buiten treed.
Deze week oefenen we in de les om die verbondenheid in onszelf te ontdekken: hoe ons voelen en denken elkaar beïnvloeden. Wat ik in mijn houding voel — de fysieke sensatie — roept gedachten op (iets van nu, herinneringen of afleidende gedachten), en op die gedachten reageert mijn lijf weer: ik voel opnieuw iets. Misschien zijn er geluiden in de omgeving die ik meteen met mijn gedachten interpreteer, waardoor mijn lichaam weer iets voelt. En dat roept weer nieuwe gedachten op. De oefening zit niet in het willen sturen van dit proces, maar in het kunnen zien hoe deze verbondenheid in ons danst.
Deze verbondenheid steeds meer in detail kunnen zien — dat is voor mij het leven: onze eigen natuur, onze menselijkheid zien.