
Iets waar we vaak naar verlangen: rust. Herkenbaar voor velen, denk ik. Maar het is een complex gegeven: hoe vind je rust? Daar heb je niet zo een-twee-drie een antwoord op.
Ik ga naar buiten, de natuur in. Een boek lezen. Een goed gesprek met iemand voeren. Alleen zijn. Met anderen zijn. Een instrument bespelen. Mediteren. Tuinieren. Spelen. Yoga. Ga zo maar door…
Ik vind het interessant om te kijken naar wat er eigenlijk gebeurt als ik geen rust ervaar. Dan ervaar ik iets wat ik met mijn denken "onrust" noem. Wat er voor mij het meest uitspringt, is dat ik heel veel energie in mijn lijf voel die geen uitweg vindt. Haast zou een woord ervoor kunnen zijn. In mijn denken loopt alles door elkaar heen en zie ik niet meer wat nu belangrijk is. Soms lijkt ineens alles belangrijk, of juist helemaal niets. Mijn aandacht is overal en nergens tegelijk.
Wat mij ook interesseert, is hoe wij als mensen rust vinden. Als ik in de natuur ga wandelen, wordt mijn aandacht getrokken door de dingen om me heen. Ik ga dan minder vaak mee in mijn gedachten en vanzelf wordt het rustiger. Ik verander dus iets in mijn omgeving, waardoor mijn aandacht ergens anders naartoe wordt geleid. Hetzelfde gebeurt wanneer je speelt, naar muziek luistert of andere dingen doet waarbij je aandacht niet op jezelf, maar op iets anders is gericht.
Wat ik me dan afvraag, is of ik die rust ook kan vinden zonder mijn omgeving te veranderen. Dat kan. Het is mogelijk. Maar het is niet makkelijk.
Deze week oefenen we dat ook in de yinhoudingen: rust vinden in onze onrust. Terwijl onze aandacht van de ene plek naar de andere gaat, zich misschien ergens op fixeert of ergens een probleem van maakt, kunnen we dat dan weer loslaten en het tegelijkertijd ook laten gebeuren. We merken al die innerlijke bewegingen op, zonder erin mee te gaan. Door onze onrust werkelijk te zien, wordt het vanzelf rustiger. 'Onrust' hoeft eerst niet weg om 'rust' te kunnen ervaren.