
“Olemine” is een woord dat in het Ests ‘zijn’ betekent. Voor mij zegt het alles over het vermogen dat we in yin yoga trainen. Het is niet zomaar zijn, maar het gaat over aanwezig zijn. Ik kan best niets doen en er tegelijkertijd, zonder iets te doen, met mijn geest ergens anders zijn. Dat is geen aanwezig zijn. Aanwezig zijn betekent dat je je aandacht erbij hebt. Je bent er werkelijk bij, met al je zintuigen.
Wat ik interessant vind, is: hoe komt het dat we als mensen makkelijker afwezig lijken te zijn, en dat het ons oefening vraagt om met onze aandacht aanwezig te zijn bij wat er nu, op dit moment, gebeurt? In het Engels spreekt men over “human being”; het is inherent aan mens-zijn om aanwezig te zijn. En toch vraagt het echte oefening om met onze aandacht erbij te blijven.
Als we ‘aanwezig zijn’ gaan beoefenen, dan gaat die oefening over loslaten. Nergens naar streven, maar toch oefenen. Yin yoga gaat er niet over ons lijf te gebruiken om in de houding te komen, maar de houding te gebruiken om — met onze aandacht — in ons lijf te komen. En daar gebeurt het. Dit moment. Het maakt niet uit hoe de houding er bij jou uitziet; als je het voelt, oefen je.
Oefening doet iets wanneer het wat oncomfortabel is. In onze comfortzone leren we niet. Een beetje stress of ongemak is nodig om onze grenzen te verleggen. Zo werkt het ook met het discomfort in yin yoga-houdingen. Een beetje is genoeg. Het gaat erom dat je het opmerkt in je lijf, dat je er met je aandacht zo lang mogelijk bij kunt blijven en het kunt voelen. Dit moment. Ook je geest doet mee met het discomfort. Afhankelijk van onze persoonlijke voorkeuren komen er allerlei gedachten van weerstand op: “Dat gevoel moet anders voelen”, “Ik doe het niet goed”, “Verandert het nog steeds niet?”, “Hoe lang nog?” — om maar een paar voorbeelden te noemen. Jij kent die van jou vast ook wel ;)
Aanwezig zijn is oefenen in gewoon zijn. Dat alles wat er in jouw innerlijk gebeurt, gewoon de normaalste zaak van de wereld is en niets anders hoeft te zijn. Ook de oordelen die opkomen, hoeven niet te veranderen. Gewoon zijn betekent opmerken wat er in jou gebeurt in dit moment: wat je voelt in je lijf — onder de lichte stress van de houding — en wat je denkt, en het vervolgens zo laten. Zo oefen je loslaten: leren zijn met dat wat er is. Dat ontspant en geeft ruimte, zodat een reactie vanuit rust kan ontstaan.