Ik heb het altijd een beetje raar gevonden, dat begin van een nieuw jaar. De raarheid zit voor mij in het onnatuurlijke ervan: dat we zomaar één dag kiezen waarop het ene voorbij is en het andere begint. Een mensgemaakt ‘cut-offpunt’. Het voelt voor mij natuurlijker dat het ene overgaat in het andere. Overgaat als beweging, zonder een harde grens.
De winter voelt voor mij überhaupt meer als een tijd van verstilling. Het is kouder, donkerder, en mijn aandacht keert automatisch meer naar binnen. Tijd om te reflecteren: hoe was de afgelopen tijd, hoe heb ik het ervaren? Hoe verder? Waar heb ik behoefte aan en wat wil er nu geboren worden? Een heleboel vragen komen dan bij mij op, waarbij het in essentie eigenlijk over één ding gaat: stilstaan bij dat wat is geweest om zo ruimte te maken voor wat er komt.
In onze maatschappij wordt het stellen van doelen of het maken van voornemens ook op prijs gesteld. Maar dat dan gelijk in januari, en dan snel aan de slag. Maar wat als hier echt wat meer tijd voor nodig is, om het inzicht in het nieuwe geboren te laten worden? Dat het eerst even mag sudderen ergens in ons, voordat het een concrete vorm krijgt. In zen wordt gezegd: elke lotusbloem groeit uit de modder. De periode tussen iets ouds en iets nieuws, waar nog niets concreets is: een modderperiode.
Deze periode waarin een einde ergens overgaat in een begin, maar waar niet concreet aan te wijzen valt waar precies. Waar je niet kunt zeggen: over twee minuten is het over en dan begint het. Want waar begint een verandering precies, en waar eindigt die?
Deze week oefenen we in de les met begin en einde. Oefenen in het waarnemen hoe onze geest graag wil vastgrijpen en er een concreet begin en einde van wil maken. Soms is dat ook heel handig. Maar niet altijd, zeker niet als het op automatische piloot gebeurt en we niet meer zien dat een begin ook een einde is, en een einde een begin. Dat we onszelf de ontdekkingsruimte niet meer gunnen. Ontdekkingsruimte waarin niets hoeft te gebeuren, waarin dingen mogen verschijnen.
Dat is een eenvoudige oefening in yin-houdingen: opmerken hoe zelfs onze ademhaling een begin en een einde heeft, en tegelijkertijd ook weer niet. Dat we er met onze geest een begin en einde van maken, terwijl we het in ons lijf kunnen voelen als een. Een constante beweging zonder begin en einde, waarin begin einde is en einde een begin. Zo laten we los van de grijpbeweging van onze geest, en komt er meer innerlijke ruimte waarin nieuwe dingen van binnenuit vanzelf kunnen ontstaan.
Ik zie je weer graag in de les!