“Aandacht maakt alles mooier.”
“Alles wat je aandacht geeft, groeit.”
“Oprechte aandacht is verbinding.”
Deze gezegden herkennen we waarschijnlijk allemaal en we kunnen er over het algemeen in mee resoneren. We weten vanuit onze eigen ervaring wat er echt mee bedoeld wordt.
En toch is aandacht iets wat ons gemakkelijk ontsnapt. Het is niet makkelijk om ergens met je aandacht bij te blijven, want voordat je het doorhebt, zijn we al afgeleid. Meestal door onze eigen gedachten over iets – een prikkel vanuit de omgeving of vanuit onszelf.
Deze week, na mijn intensieve meditatieweek, viel het me weer op hoe sterk ik in een soort “bewonderingstoestand” was beland. Ik kon bijvoorbeeld intens blij worden van een grassprietje. Mijn gewaarzijn lijkt dan heel open te zijn, maar zonder dat ik erdoor overweldigd raak of niet meer kan handelen wanneer dat nodig is. Er is focus en openheid tegelijkertijd. Een soort vriendelijke alertheid.
Aandacht kun je dan ook in twee vormen verdelen: het vermogen om je aandacht als een lichtstraal te focussen op één ding, én het vermogen om je aandacht nergens specifiek op te richten, maar wel alert te zijn op alle prikkels. De eerste is als het ware inzoomen, de tweede uitzoomen. De eerste noemen we concentratie, de tweede open gewaarzijn.
Zen – wat in het Japans ‘aandacht’ betekent – draait in de hele beoefening om het trainen van onze aandacht. Ik noem het wel eens een aandachtsspier. Natuurlijk is het geen echte spier, maar het is wel een onderdeel van je brein dat trainbaar is, net als een spier. Door oefening ontstaan er nieuwe verbindingen in je brein. Dit wordt ook wel het vermogen tot mentale flexibiliteit genoemd.
Deze week gaan we in de les oefenen met concentratie en open gewaarzijn. Je hebt ze allebei nodig. Door je te concentreren op je ademhaling en andere prikkels even buiten te sluiten, wordt de uitademing vanzelf langer en de inademing dieper. Zo brengen we ons zenuwstelsel geleidelijk tot rust.
Vanuit die rust kunnen we ons weer openen voor andere prikkels: het gevoel van onze houding in het lichaam en wat daarin verandert, en hoe onze geest beweegt in de vorm van denken. We laten het gebeuren, merken het alleen op en sturen vervolgens steeds weer onze aandacht terug naar de ademhaling. Zo leren we breder in onszelf te kijken en waar te nemen wat er speelt. Vanuit rust, zonder onze innerlijke ervaringen te oordelen.
Deze twee kun je alleen samen trainen: concentratie centreert de geest en voorkomt dat je verstrikt raakt in gedachten. Open gewaarzijn houdt je blik breed en niet-oordelend, zodat de focus niet te gespannen wordt. Samen zorgen ze voor een evenwicht: diep aanwezig bij één punt, maar tegelijk open voor alles wat zich bij jou in het moment aandient.